Bij werkwoorden gebruik je 't kofschip-x, net als in de verleden tijd. Laatste letter van het hele werkwoord zonder -en in 't kofschip-x: een t. Anders een d. Fietsen wordt gefietst, wandelen wordt gewandeld, mixen wordt gemixt.
Een makkelijke controle is de verleden tijd: fietste hoort bij gefietst, wandelde bij gewandeld, verhuisde bij verhuisd, verfde bij geverfd.
Eindigt de ik-vorm al op d of t, dan komt er geen letter bij: gebrand, geplant.
Bij werkwoorden eindigt het voltooid deelwoord meestal op -en: gevonden, gelopen, geschreven. Een paar eindigen anders: gekocht, gedacht, gedaan, gegaan.
Heeft een werkwoord het voorvoegsel be-, ge-, ver-, her- of ont-, dan komt er bij: ontmoet, verteld, begrepen. Bij werkwoorden als opgroeien staat ge- in het midden: opgegroeid.