Staat , en is dat de persoon die het doet, dan valt de t weg. Je schrijft de ik-vorm: Vind jij dit boek leuk? Word je ook keeper? Dat geldt ook buiten vragen: Morgen vind jij de weg zelf.
Is , dan betekent het jouw en is het niet het onderwerp. Dan is het onderwerp bijvoorbeeld je zus, en die krijgt gewoon ik-vorm + t: Vindt je zus dit boek leuk? Wordt je broer ook keeper?
De controle: kun je je vervangen door jouw, dan komt er een t. Vindt jouw zus dit leuk? Dat klopt, dus met t. Vind jouw dit leuk? Dat kan niet, dus zonder t.
Soms is je geen onderwerp, maar ook niet bezittelijk: Lijkt je dat leuk? Het onderwerp is hier dat, en daarom blijft de t staan. Zoek dus altijd eerst het onderwerp.