Toch Weer Taal Inloggen

Werkwoorden tegenwoordige tijd

Groep 6, 7 en 8

In de tegenwoordige tijd hangt de spelling van het werkwoord af van wie het doet. Kinderen leren eerst de persoonsvorm te vinden, en kijken dan naar het onderwerp.

In welke groep

Groep 6

  • Ik-vorm en ik-vorm + t vanaf het begin
  • Meervoud: hele werkwoord ± september
  • Stam op d: ik vind, hij vindt ± november
  • Gebiedende wijs ± december
  • Werkwoorden met een voorvoegsel: hij betaalt, zij vertelt ± januari

Groep 7

  • Ik-vorm en ik-vorm + t vanaf het begin
  • Stam op d: ik vind, hij vindt vanaf het begin
  • Meervoud: hele werkwoord vanaf het begin
  • Werkwoorden met een voorvoegsel: hij betaalt, zij vertelt vanaf het begin
  • Gebiedende wijs vanaf het begin

Groep 8

  • Ik-vorm en ik-vorm + t
  • Stam op d: ik vind, hij vindt
  • Meervoud: hele werkwoord
  • Werkwoorden met een voorvoegsel: hij betaalt, zij vertelt
  • Gebiedende wijs

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: elke school plant anders, en er is geen landelijke planning per groep. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

Vind eerst de persoonsvorm. Dat kan met de tijdproef: zet de zin in een andere tijd. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm. Bij "Sanne fietst naar school" wordt dat "Sanne fietste", dus fietst is de persoonsvorm.

Wie doet het?
Onderwerp Vorm Voorbeelden
ik ik-vorm ik loop, ik vind
jij achter de persoonsvorm ik-vorm loop jij, vind jij
jij, u, hij, zij, het ik-vorm + t hij loopt, zij vindt
wij, jullie, zij (meer mensen) hele werkwoord wij lopen, zij vinden
gebiedende wijs ik-vorm Loop door. Vind de sleutel.

De ik-vorm vind je door ik ervoor te zetten: lopen, ik loop. Geven wordt ik geef, en reizen wordt ik reis.

Eindigt de ik-vorm op een d, dan hoor je de t niet, maar je schrijft hem wel: ik word, hij wordt. Eindigt de ik-vorm op een t, dan komt er geen tweede t bij: ik zet, hij zet.

Een paar werkwoorden gaan anders en moet je onthouden: ik ben, hij is; ik heb, hij heeft; ik kan, hij kan.

Waar het vaak misgaat

  • De t vergeten omdat je hem niet hoort: hij vind in plaats van hij vindt.
  • Een t zetten bij ik: ik word, niet ik wordt.
  • Zij enkelvoud en zij meervoud verwisselen: zij loopt is één persoon, zij lopen zijn er meer.
  • De ik-vorm niet opzoeken: bij zetten is het hij zet, niet hij zett.

Voorbeeldopgaven

Echte opgaven uit Toch Weer Taal. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Ik-vorm en ik-vorm + t

Wat is het onderwerp van deze zin? Tik alle woorden van het onderwerp aan.

Vanavond speelt onze band op het podium in de sporthal.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Tijd: het gebeurt nu, dus tegenwoordige tijd.
  2. Onderwerp: onze band (enkelvoud).
  3. Ik-vorm + t: ik-vorm speel + t = speelt.

groep 8 · Stam op d: ik vind, hij vindt

Wat is het onderwerp van deze zin? Tik alle woorden van het onderwerp aan.

De site van de krant meldt dat het zwembad morgen dicht is.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Tijd: het gebeurt nu, dus tegenwoordige tijd.
  2. Onderwerp: de site van de krant (enkelvoud).
  3. Ik-vorm + t: ik-vorm meld + t = meldt.
  4. Je hoort de t niet, maar hij hoort er wel. Proef: zet er loopt voor in de plaats. Hij loopt: met een t.

groep 8 · Meervoud: hele werkwoord

Eén woord in deze zin is fout geschreven. Tik erop.

De gidsen vertellent vandaag boeiende verhalen over de ridders van het kasteel.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Tijd: het gebeurt nu, dus tegenwoordige tijd.
  2. Onderwerp: de gidsen (meervoud).
  3. Meervoud: dan schrijf je het hele werkwoord: vertellen.

Zelf oefenen

5 opgaven tegenwoordige tijd, van makkelijk naar moeilijker, met na elke opgave de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Toch Weer Taal werkt.