Bij werkwoorden verandert de klank: lopen wordt liep, vinden wordt vond, nemen wordt nam. Er komt geen -te of -de achter, en ook geen t: hij vond, hij deed, hij werd. In het meervoud komt er -en achter: wij liepen, wij vonden.
Bij werkwoorden blijft de klank gelijk en schrijf je ik-vorm + te of ik-vorm + de. In het meervoud: -ten of -den. Welke het is, zeg je met .
Neem het hele werkwoord en haal er -en af. Staat de laatste letter in 't kofschip-x (t, k, f, s, c, h, p, x)? Dan schrijf je -te. Anders -de.
't Kofschip-x in de praktijk
| fietsen |
fiets |
s, staat erin |
fietste |
| werken |
werk |
k, staat erin |
werkte |
| planten |
plant |
t, staat erin |
plantte |
| wandelen |
wandel |
l, staat er niet in |
wandelde |
| branden |
brand |
d, staat er niet in |
brandde |
| verhuizen |
verhuiz |
z, staat er niet in |
verhuisde |
| verven |
verv |
v, staat er niet in |
verfde |
Let op de werkwoorden in de tabel. Bij plantte en brandde staan twee dezelfde letters, omdat de ik-vorm al op t of d eindigt. Bij verhuisde en verfde kijk je naar de z en de v van het hele werkwoord, niet naar de s en f van de ik-vorm.