Toch Weer Taal Inloggen

Bijvoeglijk naamwoord: met of zonder -e, en stoffelijk

Groep 6, 7 en 8

Een bijvoeglijk naamwoord zegt hoe iets is: groot, rood, gouden. Het krijgt soms een -e, en dan kan de spelling veranderen. Het valt onder morfologische spelling: spelling die volgt uit hoe een woord is opgebouwd.

In welke groep

Groep 6

  • Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e ± november
  • Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (gouden, houten) ± februari

Groep 7

  • Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e vanaf het begin
  • Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (gouden, houten) vanaf het begin

Groep 8

  • Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e
  • Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (gouden, houten)

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: elke school plant anders, en er is geen landelijke planning per groep. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

Staat het woord voor een zelfstandig naamwoord, dan krijgt het meestal een -e: de grote boom, een mooie jas, het rode huis.

Bij een het-woord met een, geen of niets ervoor komt er geen -e: een groot huis, geen klein kind, koud water. Staat het woord achter het zelfstandig naamwoord, dan ook niet: de boom is groot.

Met de -e gelden de gewone regels voor klankgroepen: groot wordt grote, dik wordt dikke, wit wordt witte. Een f of s kan v of z worden: lief wordt lieve, vies wordt vieze.

Een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord zegt waarvan iets gemaakt is. Dat eindigt op -en, en daar komt nooit een -e achter: goud wordt gouden, hout wordt houten, glas wordt glazen, wol wordt wollen.

Waar het vaak misgaat

  • Een -e zetten bij een het-woord: een groot huis, niet een grote huis.
  • De medeklinker niet verdubbelen: dikke, niet dike.
  • Een extra -e achter een stoffelijk woord: de gouden ring, niet de goudene ring.
  • Een -e zetten achter een woord dat op -en eindigt: de open deur, de gebroken pen.
  • Kleuren als roze en oranje krijgen geen extra -e: de roze jas.

Voorbeeldopgaven

Echte opgaven uit Toch Weer Taal. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e

Eén woord in deze zin is fout geschreven. Tik erop.

De klimmer hangt aan een sterke touw boven het ravijn.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Na een bij een het-woord krijgt het bijvoeglijk naamwoord geen -e: een groot huis, maar het grote huis.
  2. Je schrijft sterk.

groep 8 · Stoffelijk bijvoeglijk naamwoord (gouden, houten)

Eén woord in deze zin is fout geschreven. Tik erop.

Bij het uitpakken brak er een porselein kopje.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Het woord zegt waar iets van gemaakt is. Zulke woorden krijgen -en, en niet -e.
  2. Je schrijft porseleinen.

groep 8 · Bijvoeglijk naamwoord met of zonder -e

Eén woord in deze zin is fout geschreven. Tik erop.

In die oude doos zat niets nuttige voor mijn werkstuk.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Na iets, niets of wat krijgt het woord een -s.
  2. Je schrijft nuttigs.

Zelf oefenen

5 opgaven bijvoeglijk naamwoord, van makkelijk naar moeilijker, met na elke opgave de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Toch Weer Taal werkt.