Toch Weer Taal Inloggen

Zinsdelen: persoonsvorm, onderwerp en lijdend voorwerp

Groep 6, 7 en 8

Bij zinsdelen knip je een zin in stukken die bij elkaar horen, en geef je elk stuk een naam. Dat helpt ook bij de werkwoordspelling: wie de persoonsvorm en het onderwerp vindt, spelt de werkwoorden beter.

In welke groep

Groep 6

  • Persoonsvorm en onderwerp vanaf het begin
  • Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp ± maart

Groep 7

  • Persoonsvorm en onderwerp vanaf het begin
  • Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp vanaf het begin
  • Bepaling van tijd en plaats, meewerkend voorwerp ± maart

Groep 8

  • Persoonsvorm en onderwerp
  • Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp
  • Bepaling van tijd en plaats, meewerkend voorwerp

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: elke school plant anders, en er is geen landelijke planning per groep. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

Begin altijd met de persoonsvorm. Gebruik de tijdproef: zet de zin in een andere tijd. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm. Daarna zoek je de andere zinsdelen met vaste vragen.

Mijn broer heeft gisteren in de tuin een hut gebouwd.
Zinsdeel Vraag In deze zin
persoonsvorm Wat verandert in een andere tijd? heeft
werkwoordelijk gezegde Welke werkwoorden staan in de zin? heeft gebouwd
onderwerp Wie of wat + gezegde? mijn broer
lijdend voorwerp Wie of wat + gezegde + onderwerp? een hut
bepaling van tijd Wanneer? gisteren
bepaling van plaats Waar? in de tuin

Het meewerkend voorwerp vraagt: aan of voor wie? In "Daan geeft zijn zus een boek" is dat zijn zus: aan zijn zus.

Waar het vaak misgaat

  • Denken dat het eerste woord het onderwerp is: in Gisteren bouwde mijn broer een hut is mijn broer het onderwerp.
  • Een zinsdeel uit elkaar halen: in de tuin is één zinsdeel, net als een hut.
  • Persoonsvorm en gezegde verwisselen: het gezegde bestaat uit alle werkwoorden, de persoonsvorm is er één van.
  • Onderwerp en lijdend voorwerp verwisselen: het onderwerp doet iets, het lijdend voorwerp ondergaat het.

Voorbeeldopgaven

Echte opgaven uit Toch Weer Taal. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Persoonsvorm en onderwerp

Wat is het onderwerp in deze zin? Tik alle woorden aan.

De eekhoorn heeft in de herfst onder de bladeren noten verstopt.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Eerst de persoonsvorm: heeft.
  2. Vraag: wie of wat + persoonsvorm? Het antwoord is het onderwerp.
  3. Dat is De eekhoorn.

groep 8 · Werkwoordelijk gezegde en lijdend voorwerp

Wat is het lijdend voorwerp in deze zin? Tik alle woorden aan.

Vorige week heeft mijn nicht op de markt haar oude fiets verkocht.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Eerst het gezegde en het onderwerp: heeft … verkocht, mijn nicht.
  2. Vraag: wie of wat + gezegde + onderwerp?
  3. Dat is haar oude fiets.

groep 8 · Bepaling van tijd en plaats, meewerkend voorwerp

Wat is de bepaling van tijd in deze zin? Tik alle woorden aan.

In de vijftiende eeuw leverden Portugese zeevaarders de koning specerijen uit India.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Vraag: wanneer, hoe lang of hoe vaak?
  2. Dat is In de vijftiende eeuw.

Zelf oefenen

5 opgaven zinsdelen, van makkelijk naar moeilijker, met na elke opgave de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Toch Weer Taal werkt.