Toch Weer Taal Inloggen

Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord en meer

Groep 6, 7 en 8

Elk woord in een zin hoort bij een woordsoort. Dat gaat niet om een los woord, maar om wat het in die zin doet.

In welke groep

Groep 6

  • Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord vanaf het begin
  • Woordsoorten: voorzetsel, voegwoord, telwoord, voornaamwoord ± januari

Groep 7

  • Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord vanaf het begin
  • Woordsoorten: voorzetsel, voegwoord, telwoord, voornaamwoord vanaf het begin

Groep 8

  • Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord
  • Woordsoorten: voorzetsel, voegwoord, telwoord, voornaamwoord

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: elke school plant anders, en er is geen landelijke planning per groep. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

De woordsoorten
Woordsoort Je herkent het aan Voorbeelden
zelfstandig naamwoord mens, dier, ding of begrip; er kan de, het of een voor hond, fiets, vriendschap
werkwoord wat iemand doet of wat er gebeurt lopen, zingen
lidwoord de, het en een de, het, een
bijvoeglijk naamwoord zegt hoe iets is groot, snel
voorzetsel staat voor een woordgroep, vaak over plaats of tijd in, op, naar
voegwoord verbindt woorden of zinnen en, maar, want, omdat
telwoord zegt hoeveel of de hoeveelste drie, tiende
voornaamwoord staat voor een naam of hoort bij een zelfstandig naamwoord ik, hij, mijn, deze

Twijfel je? Kijk dan wat je met het woord kunt doen. Kun je er de, het of een voor zetten, dan is het vaak een zelfstandig naamwoord. Kun je het in een andere tijd zetten, dan is het een werkwoord.

Waar het vaak misgaat

  • Vergeten dat een woord per zin kan verschillen: in de val is val een zelfstandig naamwoord, in ik val een werkwoord.
  • Een en één verwisselen: een appel heeft een lidwoord, één appel een telwoord.
  • Een bijvoeglijk naamwoord niet herkennen achter het werkwoord: in de fiets is snel is snel ook een bijvoeglijk naamwoord.
  • Het als lidwoord zien terwijl het een voornaamwoord is: in ik zie het staat het voor iets anders.

Voorbeeldopgaven

Echte opgaven uit Toch Weer Taal. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord

Welk woord is een bijvoeglijk naamwoord? Tik erop.

Haar team traint op een groot veld naast de snelweg.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Een bijvoeglijk naamwoord zegt hoe iets is. Het past tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord.
  2. groot is een bijvoeglijk naamwoord.

groep 8 · Woordsoorten: voorzetsel, voegwoord, telwoord, voornaamwoord

Welk woord is een voegwoord? Tik erop.

Wij moeten onze spullen pakken, want de verhuiswagen komt morgen.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Een voegwoord verbindt woorden of zinnen (en, maar, want, omdat).
  2. want is een voegwoord.

groep 8 · Woordsoorten: zelfstandig naamwoord, werkwoord, lidwoord, bijvoeglijk naamwoord

Welk woord is een lidwoord? Tik erop.

Mijn tante restaureert kostbare schilderijen in een groot museum, maar zij maakt ook zelf kunst.

▸ Laat de uitleg zien
  1. Een lidwoord staat voor een zelfstandig naamwoord: de, het of een.
  2. een is een lidwoord.

Zelf oefenen

5 opgaven woordsoorten, van makkelijk naar moeilijker, met na elke opgave de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Toch Weer Taal werkt.