De woordsoorten
| zelfstandig naamwoord |
mens, dier, ding of begrip; er kan de, het of een voor |
hond, fiets, vriendschap |
| werkwoord |
wat iemand doet of wat er gebeurt |
lopen, zingen |
| lidwoord |
de, het en een |
de, het, een |
| bijvoeglijk naamwoord |
zegt hoe iets is |
groot, snel |
| voorzetsel |
staat voor een woordgroep, vaak over plaats of tijd |
in, op, naar |
| voegwoord |
verbindt woorden of zinnen |
en, maar, want, omdat |
| telwoord |
zegt hoeveel of de hoeveelste |
drie, tiende |
| voornaamwoord |
staat voor een naam of hoort bij een zelfstandig naamwoord |
ik, hij, mijn, deze |
Twijfel je? Kijk dan wat je met het woord kunt doen. Kun je er de, het of een voor zetten, dan is het vaak een zelfstandig naamwoord. Kun je het in een andere tijd zetten, dan is het een werkwoord.