Toch Weer Taal Inloggen

De komma: opsommingen, twee persoonsvormen en aanspreken

Groep 6, 7 en 8

Een komma maakt een zin makkelijker te lezen. Op school leren kinderen drie vaste plekken: in een opsomming, tussen twee persoonsvormen en als je iemand aanspreekt.

In welke groep

Groep 6

  • De komma ± februari

Groep 7

  • De komma vanaf het begin

Groep 8

  • De komma

Wanneer iets in de klas aan bod komt, is ongeveer: elke school plant anders, en er is geen landelijke planning per groep. In groep 8 staat alles open, met het oog op de doorstroomtoets.

Zo leer je het op school

In een opsomming staat een komma tussen de delen, behalve voor het laatste en: Ik koop appels, peren, bananen en druiven.

Staan twee persoonsvormen naast elkaar, dan komt er een komma tussen. Dat gebeurt vaak als een bijzin vooraan staat: Als het regent, blijven we binnen. Hier staan regent en blijven naast elkaar.

Spreek je iemand aan met de naam, dan staat er een komma tussen de naam en de rest van de zin: Daan, kom je eten? Kom je eten, Daan?

Waar het vaak misgaat

  • Een komma voor het laatste en zetten in een opsomming: appels, peren en druiven, niet appels, peren, en druiven.
  • De komma tussen twee persoonsvormen vergeten: Als het regent, blijven we binnen.
  • De komma bij een aanspreking weglaten, zodat de naam bij de zin lijkt te horen: Kom je eten, Daan?
  • Een komma zetten waar je toevallig adem haalt: kijk liever naar de regel.

Voorbeeldopgaven

Echte opgaven uit Toch Weer Taal. Probeer ze eerst zelf, en kijk dan naar de uitleg.

groep 7 · De komma

In welke zin staan de komma's goed?
  • A De film was spannend, grappig en soms zelfs een beetje eng.
  • B De film was spannend, grappig en, soms zelfs een beetje eng.
  • C De film was spannend grappig en soms zelfs een beetje eng.
▸ Laat de uitleg zien
  1. Tussen de delen van een opsomming staat een komma, behalve voor het laatste "en".
  2. Goed is: De film was spannend, grappig en soms zelfs een beetje eng.

groep 8 · De komma

In welke zin staan de komma's goed?
  • A Wie een kaartje heeft gekocht mag, alvast naar binnen.
  • B Wie een kaartje heeft, gekocht mag alvast naar binnen.
  • C Wie een kaartje heeft gekocht, mag alvast naar binnen.
  • D Wie een kaartje heeft gekocht mag alvast naar binnen.
▸ Laat de uitleg zien
  1. Staan er twee persoonsvormen naast elkaar, dan staat er een komma tussen.
  2. Goed is: Wie een kaartje heeft gekocht, mag alvast naar binnen.

groep 8 · De komma

In welke zin staan de komma's goed?
  • A Zolang de verf nat is, mag je de deur niet aanraken.
  • B Zolang de verf, nat is mag je de deur niet aanraken.
  • C Zolang de verf nat is mag je de deur niet aanraken.
▸ Laat de uitleg zien
  1. Staan er twee persoonsvormen naast elkaar, dan staat er een komma tussen.
  2. Goed is: Zolang de verf nat is, mag je de deur niet aanraken.

Zelf oefenen

5 opgaven de komma, van makkelijk naar moeilijker, met na elke opgave de uitleg. Zonder account. In welke groep zit je kind?

Liever alles door elkaar, op papier? Print een proeftoets. Of lees hoe Toch Weer Taal werkt.